Bijbelstudie naar aanleiding van Mattheus 25: 31 -46

Bijbelstudie dd 28 juni 2020


De term Bijbelstudie is misschien wat groots voor het volgende stukje, maar het biedt in ieder geval
wel wat leeswerk en dat is voor de zondagochtend een goede tijdbesteding.
Het stukje wat ik wilde behandelen staat in Mattheus 25: 31 -46 Om te voorkomen, dat ik veel
typefouten maak bij het overschrijven stel ik voor, dat je je Bijbel pakt en het stukje daarin leest.
Klaar?


Mooi.
Het stukje van vandaag staat na het wat heftige verhaal van Mattheus 24. Daar wijzen de discipelen op de gebouwen van de tempel en lijken vol bewondering te zijn daarover. Jezus begint dan uit te leggen over wat er aan het einde der tijden zal gebeuren. En dat is een heftig verhaal. Het begint met de verwoesting van de tempel, maar dan gaat het verder over het feit, dat zijn discipelen verdrukt, vervolgd en gedood zullen worden; dat volk zal opstaan tegen volk : dat er vele valse profeten zullen opstaan en dat de wetsverachting zal toenemen en dat is nog maar het begin. Je kunt je voorstellen, dat de discipelen nogal verontrust raken hierdoor en zich afvragen wie behouden zou kunnen worden.

Vooral het slot van Mattheus 24 zou aanleiding kunnen geven tot ongerustheid. Maar Jezus wil hen niet bang maken. God wil niet, dat we
bang voor Hem zijn en dus staan in Mattheus 25 twee gelijkenissen , die ons moeten geruststellen.
Eerst de wijzen en dwaze maagden. Ik heb het vaker gezegd. Het enige verschil tussen de wijze en dwaze maagden is dat de wijze maagden GELOOF hebben en de dwaze niet. In dit stukje staat olie niet voor de Heilige Geest, maar oor geloof. Op basis van geloof wordt je gerechtvaardigd niet op basis van hoeveel Heilige Geest er op jou rust. Beide groepen vallen in slaap bij het wachten. Kennelijk doen ze geen van beiden iets. Toch worden de wijze maagden binnengelaten. Zij hebben
geloof. Merk op, dat de dwaze maagden helemaal geen olie bij zich hebben.
Het volgende stukje de gelijkenis van de talenten was ook al zo’n stukje, dat vaak verkeerd aan de mensen wordt verteld. Talent is hier niet dat wat je kunt , maar een munt, die talent heet.


Wat was de fout van de slechte slaaf? Dat hij het geld, dat hij had gekregen niet op de bank heeft gezet. Hij hoefde er niets mee te doen. Het enige is, dat het openbaar moest zijn en dus naar de bank moest worden gebracht. De slechte slaaf kende zijn meester niet. Dat geldt voor de wereld, zij
kennen God niet. De gelovigen kennen God en weten dat God goed is. De slechte slaaf kent God niet en noemt zijn meester dan ook slecht.
En dan nu het stukje van vandaag, als je nog puf hebt. Ook dit stukje kan tot misverstanden leiden als we het niet goed lezen. Op het eerste gezegd lijkt het er op, dat goede werken worden beloond en het niet doen van goede werken wordt bestraft. Dat is echter niet wat er echt staat. De Koning dat is Jezus scheidt de schapen van de bokken. Waarom schapen en bokken?


Omdat schapen heel andere dieren zijn dan geiten of bokken. Schapen zijn volgzaam. Als de herder op pad gaat, gaat hij voor hen uit en zij luisteren naar zijn stem. Er dwaalt er wel eens een af, maar de Herder gaat dat verloren schaap dan zoeken. Geiten/bokken zijn heel anders. Zij zijn bokkig. Zij doen hun eigen wil. Als je geiten/bokken wild herderen, dan moet je met een stok achter hen aanlopen. Voor de discipelen moet dit bekend geklonken hebben, want in Zacharia 10 vs 3 staat het al: Tegen de herders is mijn toorn ontbrandt en aan de BOKKEN zal ik bezoeking doen, maar de Heer der heerscharen bezoekt ( en dat is hier positief) zijn kudde, het huis van Juda en maakt hen als zijn prachtig ros in de strijd. Het criterium van onderscheid tussen de rechtvaardigen en onrechtvaardigen is helder: Je bent of schaap of bok een tussenvorm bestaat niet. Wat hebben de schapen gemeen: Zij hebben geluisterd hun herder. Wat was de vraag van hun herder? Wil je bij mijn kudden komen, Geloof je in Mij en wil jij Mij je meester laten zijn? Misschien denk je dat je er niet veel van gebakken hebt: “wanneer hebben wij U hongerig gezien enz. “ Maar de Rechter zal zeggen : Als je iets van barmhartigheid hebt laten zien dan was je geloof niet dood en ben je schaap.


Voor de ongelovigen geldt, dat ze misschien nog wel goed zouden kunnen lijken, maar zij wilden Jezus niet als herder en niet als meester. Zelfs als zij goede werken deden was dat niet uit gehoorzaamheid aan de Heer en daarom zijn zij vervloekt. Vs 34 is nog bijzonder mooi, daar zegt Jezus tegen jou: Kom gij gezegende mijns Vaders beërft het koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging van de wereld af. Het ligt niet aan jou of je gezegend
bent, maar aan een keuze van de Vader en daarom noemt Jezus jou “gezegende mijns Vaders” Dat is wie jij bent Amen