Onderwerp: de apostelen

.

.

Preek 30 Mei 2021

De Apostelen

In Marcus 3 : 13 – 19 lezen we wie Jezus als apostelen kiest. Voor de goede orde discipelen zijn alle leerlingen van Jezus ( Dat waren er veel meer dan 12) Apostelen waren er 12.

Vs 13 En Hij ging de berg op en riep tot Zich, wie Hij zelf wilde en zij kwamen tot Hem. En Hij stelde er twaalf aan opdat zij met Hem zouden zijn en opdat Hij hen zou uitzenden om te prediken en om macht te hebben boze geesten uit te drijven. En Hij stelde de twaalven aan een aan Simon gaf Hij de bijnaam Petrus en aan Jacobus de zoon van Zebedeus en Johannes de broeder van Jacobus en Hij gaf hun de bijnaam Boanerges, dat is zonen des donders en Andreas en Filippus en Bartolomeus en Mattheus en Tomas  en Jacobus  de zoon van Alfeus en Taddeus en Simon de Zeloot en Judas Iskariot die Hem ook verraden heeft.

Goed beschouwd een groepje mannen, die wij waarschijnlijk zelf niet zouden hebben uitgezocht. Uit de Bijbel kennen we hen niet allemaal even goed, maar er zitten toch wel een aantal potentiële brokkenmakers tussen.

Allereerst Petrus. Als je een standvastige bediening wilt opzetten dan moet je hem niet hebben. Hij blaakt van enthousiasme dat wel, maar voor een standvastige bediening heb je iemand nodig die rustige overwegingen kan maken wat wel en wat niet verstandig is en niet iemand die achter alles aan rent. Hij is een potentiële brokkenmaker. Dat blijkt later ook bij de arrestatie van Jezus als Petrus het oor van de slaaf afhakt Joh 18:10 . Bij een zo grote overmacht een absoluut stomme actie nog afgezien van het feit, dat Jezus zijn gevangenneming nou juist niet wilde verhinderen

Daarnaast geldt dat de eerste vier die Hij uitkiest Petrus;  Jacobus;  Johannes en Andreas eenvoudige visser zijn. Ze spraken waarschijnlijk geen Algemeen Beschaafd Hebreeuws, maar een of ander dialect. En dat moet prediker worden (vs 14) Dan hebben Jacobus en Johannes naar later blijkt nog een probleem. Ze zoeken de belangrijkste baantjes in het koninkrijk van Jezus. Toegegeven in het door hen verwachte wereldse rijk en niet in het hemelse, maar toch een bron van problemen                       Marc 10: 35 – 45

Dan hebben we Mattheus. Een tollenaar of in de taal van de tweede wereldoorlog een NSBer of in het nu iemand die met de vijand heult om daar rijk van te worden. Mattheus was waarschijnlijk als tollenaar een vermogend iemand. Zet die bij een paar arme vissers en dat lijkt vragen om problemen.

Tomas nog zo’n ongelukkige keuze. Als je een team wilt vormen dan moet je er wel allemaal in geloven. Van Tomas weten we dat hij na de opstanding in eerste instantie niet gelooft dat Jezus is opgestaan en het bewijs wil zien, waarin Jezus hem trouwens tegemoet komt. Maar al eerder nadat aan Jezus is verteld, dat zijn vriend Lazarus is overleden dan zegt Tomas laten we met Hem meegaan en ook sterven in Jeruzalem Joh 11:16 Tomas dan genaamd Didymus zeide tot zijn medediscipeln: Laten wij ook gaan om met Hem te sterven.  Heldhaftig deze uitspraak, maar het getuigt niet echt van geloof.

En tot slot hebben we dan Judas Iskariot. Niet alleen verraad Judas Jezus, maar hij blijkt al snel slecht tegen verleidingen te kunnen en haalt geld uit de kas Joh 12:6

Wat uit deze keuze blijkt is dat God niet kijkt naar wie je bent, maar naar wie je kunt worden als je je door God laat leiden. Het oude testament geeft daar al een duidelijk voorbeeld van in Mozes, die in woede een Egyptenaar doodslaat, die een van zijn volksgenoten sloeg. Een opvliegend baasje zouden wij zeggen. God getuigt van hem, dat hij de meest lankmoedige mens was. God leert hem dat en Mozes die bijvoorbeeld ziedend van woede van de berg afdaalt, nadat Israel ontrouw is geworden is dezelfde man die later vurig voor het behoud van het volk Israel bidt.

Petrus een ongeletterde visser weet met pinsteren een preek te geven, zonder in zijn aantekeningen te kijken, die klinkt als een klok. Petrus weet brieven te schrijven, die bijna net zo moeilijk te begrijpen zijn als die van Paulus.

Johannes zoekt niet meer een positie van leider, maar van dienaar van de gemeenten om hen de boodschap te brengen

En dat is het nu tijd om je eigen naam in te vullen en te zien waar je was en wat God met je kan doen. Je bent waarschijnlijk geen apostel. Maar dat hoeft ook niet als je in het dagelijks leven een getuige bent door je vriendelijkheid en behulpzaamheid dan laat je daarmee zien hoezeer God jou kan gebruiken op de plaats waar je bent. En als je het af en toe mist en daarin blundert, kijk dan maar weer naar Petrus, die naar Paulus ons vertelt als er joden op bezoek komen de fout ingaat door plotseling weer joodse wetten en regels aan te nemen. Iedereen mist het van tijd tot tijd, maar daarom zijn we nog steeds bruikbaar en misschien wel juist omdat we het missen, zo blijven we herkenbaar voor degenen die we willen bereiken en van wie wij hopen, dat zij hun hart aan Jezus gaan geven.

Amen