Onderwerp: “Hij is niet zwaar hij is mijn broer.”

.

Preek 15 Augustus 2021

Ik heb het al eens eerder over dit onderwerp gehad, maar uit mijn schooltijd weet ik nog, dat herhaling helpt om het te onthouden.

De kreet is de titel van een liedje. De inspiratie daarvoor was in feite een misverstand. De leden van de band waren in Afrika en zagen daar een jongen, die zijn jongere, gehandicapte, broer droeg. Ze vroegen hem: “Is hij niet zwaar?” De jongen dacht waarschijnlijk dat ze naar de naam van de jongen op zijn rug vroegen omdat hij het woord ‘zwaar’ niet kende en antwoordde: “Hij is niet zwaar, hij is mijn broer.” 

Hoewel het dus om een misverstand lijkt te gaan, blijft de gedachte hangen. Kunnen wij hetzelfde zeggen? Hij is niet zwaar (want) hij is mijn broer. Zijn we bereid onze broer of zuster te dragen, die misschien minder goed in staat is om zijn of haar levensweg te bewandelen dan wijzelf en kunnen we dan ook nog zeggen, dat hij niet zwaar is?

Vrienden kies je uit, je familie niet en ook je broeders en zusters in Jezus heb je niet uitgekozen. Toch zou er een bereidheid bij ons moeten zijn om onze broeders te dragen. Een goed voorbeeld van elkaar dragen staat in Joh 21 2- 3 Daar waren bijeen Simon Petrus, Tomas, genaamd Didymus, Natanael van Kana in Gallilea, de zonen van Zebedeus en nog twee van zijn discipelen. Simon Petrus zeide tot hen: Ik ga vissen. Zij zeiden tot hem : Wij gaan met u mee. Zij vertrokken en gingen scheep en in die nacht vingen zij niets. Petrus heeft eerder de discipelen in gevaar gebracht kunnen we wel zeggen, door geweld te gebruiken tegen een slaaf van de hogepriester (Hij sloeg hem met een zwaard een oor af). Vervolgens heeft hij Jezus verloochend en is daar zeer bedroefd over. Zijn broeders (medediscipelen) veroordelen hem niet en zodra hij zegt “Ik ga vissen”, gaan ze met hem mee om hem te steunen. Zij dragen in feite hun broeder. “Hij is niet zwaar, hij is mijn broeder.” 

Jezus Zelf is hier heel duidelijk over in Joh: 13: 34 en 35 Een nieuw gebod geef ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander liefhebt. Hieraan zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander. We weten uit de Bijbel, dat op grond van twee getuigen iedere zaak vast staat. Wellicht daarom herhaalt Jezus zijn woorden in Joh 15:12: Dit is mijn gebod, dat gij elkander liefhebt. En vs 17: Dit gebied Ik u, dat gij elkander liefhebt.

Hoe zit dat nu in onze gemeente? Hebben wij werkelijk liefde voor elkaar? Let iedereen niet slechts op zijn eigen belang, maar ook op dat van anderen? (zie Fil 2:4). Is het niet zo, dat als wij werkelijk liefde hebben voor elkaar en dat ook uitstralen, dat mensen dan daardoor vanzelf naar de gemeente zullen toekomen, zoals dat ook bij de eerste gemeente in Jeruzalem was? 

Hoe meet je of je liefde hebt voor elkaar? Het criterium is niet: ontvang ik wel genoeg liefde van de gemeente of ervaar ik genoeg liefde van de gemeente, maar de vraag is: geef ik wel genoeg liefde aan mijn broeders en zusters. Het gaat er niet om, of jij geaccepteerd wordt, het gaat er om of jij de anderen wel accepteert. Het gaat er niet om of jij begrip of hulp ontvangt, maar of jij bereid bent begrip te hebben en een ander te helpen. Jezus heeft het niet voor niets over een GEBOD. In dit geval is het een gebod om iets te doen en dat is in dit geval je broeders of zusters en je gemeente lief te hebben, niet alleen met woorden, maar ook met daden, zoals Jacobus zegt. Als we nou eens in de komende tijd gaan proberen op de ander te letten. Probeer eens te bedenken hoe je anderen kunt helpen, maak bijvoorbeeld een plan hoe je je hulpvaardig en ondersteunend kunt opstellen naar anderen en naar de gemeente. Gemeente zijn doe je immers met elkaar, met elkaar vormen we een gezin.

Als we de komende tijd ons erop gaan toeleggen om elkaar te ‘zien’ en te steunen, dan zorgen we ervoor dat allen kunnen zien dat wij werkelijk discipelen van Jezus zijn. Amen.