Onderwerp: uw vriendelijkheid zij allen bekend

.

.

Preek 23 Mei 2021

Wat moet je doen?

We hebben elkaar inmiddels meer dan een jaar niet meer gezien. En het einde van die periode is nog niet echt in zicht. Het is niet makkelijk om elkaar op te bouwen. Persoonlijke vragen stel je makkelijker als je iemand van aangezicht tot aangezicht spreekt.  Opbellen of mailen vergt een extra stap. Daarom wil ik in deze preekbeurt gewoon wat zaken noemen, waar je op kunt letten en die je hopelijk ook opbouwen.

Er zijn boeken vol geschreven over je taak als christen, maar de Bijbel noemt slechts een paar punten: als eerste “Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend” Het staat in hetzelfde stukje waarin ene aanmoediging staat op je te verblijden (vs4) en je geen zorgen te maken (vs 6) . Het klinkt niet heel sensationeel  deze aanmoediging om vriendelijk te zijn, maar het is een van de sterkste wapens in de geestelijke strijd. Stel je voor, dat je altijd nors bent of de mensen om je heen niet echt ziet. Als ze horen, dat je christen bent halen ze hun schouders op. Als je probeert ze het evangelie uit te leggen, dan luisteren ze niet. Als ze je echter kennen als degene, die altijd een vriendelijk woord heeft, dan kijken ze blij op als ze je zien en kun je wellicht als de gelegenheid zich voordoet een kletsje met ze maken.

Om een voorbeeld te noemen. Bij de Jumbo in Voorschoten worden de winkelwagens steeds door het personeel schoon gemaakt. Als ik mijn kar pak dan groet ik en bedank ze voor het schoonmaken (geen geweldige actie, die in de geschiedenisboeken zou moeten komen, maar ze kijken altijd blij op. De vakkenvullers groet ik ook altijd. De meeste mensen lopen gewoon langs ze heen en dat is jammer, want ze doen goed werk voor ons. Zonder hen zou je niets vinden tenslotte. Heb ik hen vaak over het evangelie kunnen vertellen nee helaas niet, maar als de kans zich voordoet denk ik wel, dat ze luisteren.

Een tweede is de gastvrijheid ( in deze tijd niet goed mogelijk, maar toch) Rom 12:13 en 1 petr 4:9

De derde “taak”is dient elkander. Het vers gaat dan verder en laat zien hoe we het kunnen namelijk door de genadegave, God geeft jou wat je hiervoor nodig hebt.

MAAR roepen sommigen nu misschien, moeten we niet het evangelie verkondigen gelegen of ongelegen, moeten we het niet van de daken schreeuwen.

Wel dat hangt af van het geloof dat je hebt ontvangen. Sommigen zijn evangelisten. Maar we zijn gelukkig niet allemaal Billy Grahams. Stel je voor een wereld vol van Billy Grahams. Ik denk niet dat het zou werken. Mensen die tot geloof komen hebben een geestelijk thuis nodig. Dat is in de eerste plaats de gemeente. Een plek waar je opgebouwd kunt worden vragen kunt stellen en kortom opgroeien tot volwassenheid. De evangelist hoe sterk zijn preek ook is heeft een thuisfront nodig om de pas bekeerden op te vangen. Een thuisfront, dat bovendien door gebed het werk van de evangelist kan ondersteunen. Maar als jij niet iemand bent, die tijden achter elkaar kan bidden, voel je niet minder want ook hier geldt, dat God de genade geeft die jij nodig hebt en misschien ben je geen voorbidder, maar iemand die anderen een warm hart toedraagt en daarmee Gods liefde laat zien. Al deze zaken staan op een lijn de een is niet meer of minder dan de ander. Immers samen zijn wij het lichaam van Christus en we kunnen niet allemaal het oog of de mond zijn. Om te kunnen lopen heeft het lichaam benen nodig en als je wist hoeveel botten en spieren  en gewrichten en pezen enz er nodig zijn om als lichaam te kunnen functioneren dan zie je dat de een niet meer is dan de ander. Ze zijn allemaal nodig. Als er ene uitvalt stokt de rest.

Kijk maar naar wat de Bijbel hierover zegt in Rom.12: 3-8 “Want krachtens de genade  die mij geschonken is zeg ik een ieder onder u: koestert geen gedachten hoger dan u voegen, maar gedachten tot bedachtzaamheid nar de mate van het geloof dat God elkeen in het bijzonder heeft toebedeeld. Want gelijk wij in een  lichaam vele leden hebben en de leden niet alle dezelfde werkzaamheden hebben zo zijn wij, hoewel velen een lichaam in Christus maar ieder afzonderlijk leden ten opzichte van elkaar. Wij hebben nu gaven onderscheiden naar de genade die ons gegeven is: profetie naar gelang van os geloof wie dient in het dienen wie onderwijst in het onderwijzen wie vermaant in  het vermanen wie mededeelt(is wie geeft) in eenvoud, wie leiding geeft in ijver wie barmhartigheid bewijst in blijmoedigheid.  Zo zien we dat ieder ontvangt wat hij nodig heeft om zijn aandeel te doen. Sommige aandelen lijken sensationeler dan andere (profetie bijvoorbeeld) maar daarom is de een niet belangrijker dan de ander, want alle leden zijn nodig om het lichaam te laten functioneren.

Als we als gemeente niet veel meer doen dan onze gasten zich thuis en welkom laten voelen dan zijn we al goed bezig. Sommigen van ons zijn actief bij het evangeliseren op welke wijze dan ook en anderen zorgen voor de koffie ( al er weer bijeenkomsten zijn) Iemand komt misschien een keer kijken, omdat hij de folder heeft gelezen. Dan is het toch geweldig dat hij na afloop koffie met iets erbij krijgt en zich thuis kan voelen.

Het begint met vriendelijkheid. Want daarmee laten we zien, dat wij prettig in de omgang zijn. Als iedereen met een nors gezicht zou rondlopen dan kan je nog zo goed evangeliseren  het zal geen blijvende vrucht dragen. Werk aan je vriendelijkheid. Dat is niet altijd makkelijk, want de wereld is niet vriendelijk, maar wij zijn niet uit de wereld. Amen 

amen